Wanneer een ouder geen contact meer wil met het kind, zijn er verschillende juridische, praktische en emotionele zaken om rekening mee te houden. Deze gids geeft inzicht op basis van de Syllabus Register Erkend Scheidingsadviseur® 2025, over omgangsregeling en informatieverplichting tussen ouders en kinderen na een scheiding.
Juridisch kader van de omgangsregeling
-
Recht op omgang Volgens artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek heeft een kind recht op omgang met beide ouders, ook na een scheiding. Dit recht ligt bij het kind en niet als een plicht bij de ouders. Dat betekent dat een ouder niet verplicht kan worden tot contact als daar geen bereidwilligheid is.
-
Als een ouder geen contact wil Als een ouder gemotiveerd aangeeft geen omgang meer te willen, zal de rechter doorgaans geen omgang afdwingen. Contact moet in het belang van het kind zijn en gedwongen contact kan schadelijk zijn als een ouder zich verzet.
-
Ouderschapsplan Bij scheidingen met kinderen is een ouderschapsplan verplicht. Hierin worden afspraken over omgang en informatievoorziening vastgelegd. Ook als één ouder geen contact wil, moet dit worden vastgelegd, maar de andere ouder behoudt het recht op informatie over het kind.
Belangen van het kind
Een kind behoudt recht op informatie en contact met beide ouders. Het eenzijdig verbreken van de band door een ouder is niet toegestaan in juridische zin. Het is belangrijk om te overwegen wat de impact op het kind is, eventueel met hulp van een kinderpsycholoog of mediator.
Praktisch advies
- Leg afspraken vast in het ouderschapsplan: Ook als omgang tijdelijk niet plaatsvindt, is het belangrijk om afspraken vast te leggen.
- Overweeg mediation: Om de beweegredenen van de ouder te bespreken en te kijken of herstel van contact mogelijk is voor de toekomst.
- Informatieverplichting blijft: Op basis van artikel 1:377b BW moet de ouder zonder contact nog steeds de andere ouder informeren over belangrijke zaken van het kind, tenzij de rechter anders beslist.
Let op: mogelijke rechterlijke toets
Als de ouder die wel contact wil een verzoek indient bij de rechtbank, zal de rechter de mogelijkheid en wenselijkheid van omgang toetsen. De belangen van het kind staan hierbij centraal. Als omgang niet in het belang van het kind is, bijvoorbeeld door negatief gedrag van een ouder, kan de rechter besluiten dat er tijdelijk of blijvend geen contact plaatsvindt.